Bedieningspaneel

Functies in het bedieningspaneel

Items op het hoofdscherm

Het hoofdscherm van het HMI-paneel toont de informatie en de instellingsopties die een gebruiker meestal nodig heeft.

  1. Toont de huidige kamertemperatuur in het huis, gemeten via de afvoerlucht
  2. Toont de huidige luchtvochtigheidsgraad gemeten in de afvoerlucht
  3. Toont het huidige niveau van de ventilatorsnelheid
  4. Toont de huidige temperatuur van de toevoerlucht
  5. Toont de huidige buitentemperatuur gemeten via de buitenluchtinlaat
  6. Toont de huidige uitblaastemperatuur
  7. Toont de onderstaande menupictogrammen
  8. Toont de onderstaande bedieningspictogrammen
  9. Toon warm water temperatuur
  10. Toegang tot het instellingenmenu dat meer instellingsopties bevat
  11. Toont het huidige CO2 niveau (indien de sensor is geïnstalleerd).

Menupictogrammen

13

Stop pictogram

Geeft aan dat het toestel uitgeschakeld is.

14

Gebruikersselectiepictogram

Geeft aan dat de gebruikersselectiefunctie actief is.

15

Weekprogramma icoon

Geeft aan dat de weekprogramma functie actief is.

16

Alarmpictogram

Wordt weergegeven tijdens alarmen of waarschuwingen.

Bedieningspictogrammen

17

Compressor-pictogram

Geeft aan dat de compressor actief is.

19

Pictogram koeling

Geeft aan dat de eenheid de toevoerlucht koelt via de compressor of de bypass.

18

Verwarmingspictogram

Geeft aan dat de unit de toevoerlucht verwarmt via de compressor of het naverwarmingselement.

20

Pictogram sanitair warm water

Verschijnt wanneer het toestel warm water produceert. Licht op wanneer de aanvullende elektrische verwarming actief is.

21

De-icing icoon

Verschijnt wanneer de warmtepomp ontdooit.

Instellingen op het hoofdscherm

De instellingsopties die de gebruiker in het dagelijks leven nodig heeft, kunnen allemaal vanaf het hoofdscherm van het paneel worden bediend.

Als u op het huidige ventilatorsnelheidniveau drukt, wordt het ingestelde ventilatorsnelheidniveau weergegeven.

U kunt het niveau van de ventilatorsnelheid wijzigen met de pijlen omhoog en omlaag, gevolgd door het pictogram bevestigen (rechtsonder) of annuleren (linksonder).

Er kan een verschil zijn tussen de ingestelde en de werkelijke ventilatorsnelheid, omdat het regelsysteem de ingestelde snelheid overschrijdt, bijvoorbeeld bij een hoge/lage luchtvochtigheid of tijdens de werking van de afzuigkap.

Als u op huidige kamertemperatuur drukt, wordt de ingestelde kamertemperatuur weergegeven.

U kunt de kamertemperatuur wijzigen met de pijlen omhoog en omlaag, gevolgd door het pictogram bevestigen (rechtsonder) of annuleren (linksonder).

Als u op de huidige warmwatertemperatuur drukt, wordt de ingestelde warmwatertemperatuur weergegeven.

U kunt de warmwatertemperatuur wijzigen met de pijlen omhoog en omlaag, gevolgd door het pictogram bevestigen (rechtsonder) of annuleren (linksonder).

Waarschuwingen en alarmen

Als het ventilatietoestel defect is of er een fout optreedt, verschijnt er een waarschuwing of een alarm. Het pictogram verschijnt rechtsboven in de menubalk.

Als u op het symbool drukt, verschijnt een korte beschrijving van de waarschuwing of het alarm.

Meer gedetailleerde beschrijvingen vindt u in het hoofdstuk “Alarmlijst” van dit document.

Wanneer het probleem is opgelost, kunt u de waarschuwing of het alarm resetten door op “Clear Alarm” te drukken.

Overzicht van het instellingenmenu

Het instellingenmenu is zo opgebouwd dat je er gemakkelijk doorheen kunt navigeren.

U navigeert door het instellingenmenu door op de pijl eronder of erboven te drukken.

Als u een menu wilt openen, tikt u op de tekst voor dat menu en het wordt geopend.